Artikelen

Nieuwe Europese normen voor houtpellets

pelletlabelVanaf 2010 komen er Europese standaarden voor houtpellets. Drie kwaliteitsklassen zullen de huidige standaarden (DIN, DIN+, Ö-norm,…) vervangen. Dit heeft zowel voordeel voor de insdustie en de handel in de Europese Unie als voor de pelletgebruikers zelf. Houtpellets worden zo de eerste biomassa brandstof die gestandaardiseerd wordt in de E.U..

Tot op heden hebben een aantal landen hun eigen normen: Duitsland hanteert de DINplus-norm voor houtpellets van de beste kwaliteit, Oostenrijk gebruikt de Ö-norm, andere landen nemen vaak één van deze standaarden over of leiden er hun eigen normen van af,…
Vanaf 2010 zullen al deze standaarden binnen de Europese Unie vervangen worden door drie klasses: A1, A2 en B.

Klasse A1 wordt gegeven aan pellets met de beste kwaliteit voor gebruik in particuliere kachels en ketels. Deze topklasse is grotendeels gebaseerd op de DINplus-norm. Volgens de huidige plannen moeten A1-houtpellets een as-gehalte hebben van minder dan 0,5% als ze geproduceerd worden van coniferenhout (spar, den,…) en minder dan 0,7% als van loofhout geproduceerd worden (eik, beuk, berk, meranti,…).
De nieuwe standaard zal ook een waarde bevatten voor de werkelijke densiteit. De ruimte tussen de pellets beïnvloedt immers sterk de densiteit van de ‘gestorte’ pellets. De standaard zorgt ervoor dat er steeds dezelfde massa pellets, ongeachte het pelletmerk, wordt aangevoerd bij een bepaalde schroefsnelheid in bv een pelletkachels.

Klasse A2 laat een as-gehalte toe tot 1% voor pellets en is minder strict voor het basismateriaal waarmee de pellets gemaakt worden. Deze pellets zijn nog steeds geschikt voor particulier gebruik, in bijzonder voor pelletketels.

De industriële pellets waren vroeger niet genormeerd. Deze pellets komen nu terecht in Klasse B van de nieuwe standaard. De Klasse B laat een hoger as-gehalte toe dan Klasse A pellets en de pellets mogen bijvoorbeeld ook een zeker gehalte aan schors bevatten.
Deze industriële houtpellets worden vooral gebruik in grote tot zeer grote verbrandingsinstallaties of als bijstook in elektriciteitscentrales.